Over mij

Mijn foto
De Brabant-Collectie is in 1837 in 's-Hertogenbosch opgericht door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant en wordt sinds 1986 beheerd door de bibliotheek van de Universiteit van Tilburg

vrijdag 16 juni 2017

De Boxmeerse Vaart

Op de tweede zondag na Pinksteren wordt de processie van het Heilig Bloed in Boxmeer gehouden. "Pinksteren vroeg of Pinksteren laat, veertien dagen daarna trekt de Boxmeerse Vaart", luidt het gezegde aldaar. Naast de Boxmeerse Vaart is er ook in Boxtel jaarlijks een bloedprocessie. Beide bloedwonderen zijn eeuwenoud en gebaseerd op het veranderen van wijn in bloed: gemorste wijn, die zich als bloed aftekent op altaardoeken. Het Bloedwonder van Boxmeer vond rond 1400 plaats in een crypte onder de Sint-Petrusbasiliek. Priester Arnold Groen zou tijdens de consecratie hebben getwijfeld aan de overgang van brood en wijn in Lichaam en Bloed van Christus (transsubstantie). Hierop veranderde de wijn in bloed dat over de miskelk op het corporale stroomde. De priester kwam meteen tot inkeer, waardoor het bloed in de kelk weer veranderde in wijn. Het bloed dat op het corporale was terechtgekomen, stolde tot een rode klont van 1 cm doorsnede.
Onderstaande gedachtenisprentjes tonen dit mirakel. De eerste afbeelding toont de priester voor het altaar met daarop de miskelk en het bloed dat over de rand loopt. Het Heilig Hart van Christus wordt erboven getoond. Het tweede prentje heeft een kanten rand. Onder de overstromende miskelk, omgeven met kerkelijk vaatwerk in vier kaders, staan bloemtakken. Daarboven is Christus aan het kruis met aan weerszijden twee engelen te zien.
Gedachtenisprentje Boxmeer, 't jaar O.H. 1400
(Op achterzijde korte geschiedenis van het H. Bloed mirakel en gebed)
Uitgever / drukker: Carl Poellath, Schrobenhausen, 1900
kleurenlithografie, 10,5 x 7 cm
ML / 131.33.1 Boxm (2)
Gedachtenisprentje Aandenken aan de Bedevaart Boxmeer
Miraculeus H. Bloed te Boxmeer. 1400
Uitgever / drukker: C.M. Beltz-Hillenaar, ’s-Hertogenbosch, [ca. 1920]
kleurenlithografie, 12.2 x 7.8 cm
ML / 131.33.1 Boxm (1)
Diverse gilden, muziekgezelschappen, processiegroepen en de Boxmeerse jeugd nemen deel aan de omgang. Zaterdagavond 17 juni vindt de opening plaats met het traditionele gebeier tegen de klokken van de Sint-Petrusbasiliek, waarna de relikwie met het bloedbevlekte altaardoek de kerk wordt binnengedragen en de openingsmis begint. Zondag 18 juni, na de Hoogmis, vangt om 11.45 uur de Vaart aan die door de versierde straten van Boxmeer trekt. Ook tijdens de bedevaart worden de klokken geluid. Onderstaande prentbriefkaart toont de processie in begin 20e eeuw.
Processie, Boxmeer
Fotograaf: onbekend
Uitgever: onbekend, [poststempel d.d. 1914]
Prentbriefkaart
Beschrijvingen van genezingen tonen aan dat vanaf de 17e eeuw bloedprocessies in Boxmeer plaatsvinden. Deze genezingen na verering van het H. Bloedreliek of deelname aan de Boxmeerse Vaart bevorderden de toeloop. Vanaf tweede helft 19e eeuw was er zelfs sprake van een achtdaagse Vaart. Een massale deelname van pelgrims blijkt uit contemporaine beschrijvingen. Onderstaande prentbriefkaart toont het dragen van de zilveren reliekhouder met het corporale, beschermd door een baldakijn.
Processie te Boxmeer
Fotograaf: onbekend
UItg. A.H. Molmans, Boxmeer (No. 226 / 4235 R)
Prentbriefkaart
Op 13 oktober 2012 heeft de traditie van de Boxmeerse Vaart nationale erkenning gekregen door plaatsing op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed.

maandag 5 juni 2017

Tijdschrift: Gemerts Heem

Gemerts Heem is het tijdschrift van Heemkundekring 'De Kommanderij Gemert' uit de gemeente Gemert-Bakel. Deze gemeente omvat tevens de dorpskernen Handel, De Mortel, Elsendorp, De Rips en Milheze. De vereniging tracht sinds de oprichting (1941) op basis van archiefonderzoek en bodemvondsten lokale ontwikkelingen vast te leggen op sociaal, landschappelijk en taalkundig gebied. Op deze manier streeft men naar het behoud van de geschiedenis van Gemert en omgeving. Lange tijd was Gemert een commanderij van de Duitse Orde. Reden voor de kring om contact te onderhouden met de oude landcommanderij Alden Biesen in België.
De heemkundekring heeft de beschikking over een heemkamer en een studiezaal (gedeeld met het gemeentearchief) in het Historisch Informatiehuis 'De Latijnse School'.
Het rijk geïllustreerde tijdschrift verschijnt viermaal per jaar en bevat artikelen over o.a. geschiedenis, archeologie, volkskunde en dialectologie. Na één jaar worden de artikelen op de website gepubliceerd. Het eerste nummer van dit periodiek verscheen in 1941, het tweede pas in 1958 (zie de index over de jaren 1941-2002). De veelheid aan onderwerpen met resultaten van gedegen historisch onderzoek vormen nogal eens de aanzet voor de boeken die de heemkundekring uitgeeft. Dit aantal overstijgt inmiddels de honderd.
Omdat molen De Volksvriend in april 2017 weer in volle glorie is hersteld, is dit zomernummer (nummer 2, 2017) gewijd aan de molens en molenaars in deze gemeente. Voor dit themanummer is samengewerkt met Heemkundekring Bakel en Milheeze en de Molenstichting Gemert-Bakel.
Het tijdschrift is vanaf jaargang 1, nr. 1 (1941) aanwezig en raadpleegbaar in de universiteitsbibliotheek op niveau 0. De artikelen uit het tijdschrift zijn opgenomen in de Brabant Databank.

Vindplaats: T 07412

maandag 22 mei 2017

Maria in ‘s-Hertogenbosch

Al vanaf de Middeleeuwen is de verering voor de heilige Maagd Maria bijzonder groot. De moeder van Jezus neemt in de heiligenverering een bijzondere plaats in. Zij is onderwerp van vele wonderverhalen en legenden. De devotie voor Maria beleeft een hoogtepunt in de meimaand. Tot op de dag van vandaag is de kathedrale basiliek van St. Jan in ’s-Hertogenbosch het belangrijkste bedevaartsoord naar Maria. Het beeld van de Zoete Lieve Vrouw van 's-Hertogenbosch staat in de Lieve Vrouwekapel of Mariakapel ten noorden van de westtoren. Onderstaande ets van Hendrik de Laat (1900-1980) toont het interieur van deze kapel.
Mariakapel St. Jan ’s-Hertogenbosch
Hendrik de Laat, 1929
Ets, 42.8 x 32.8 cm
H 55 / 411.21 Jan (22)
In de meimaand wordt het beeld uit de kapel gehaald en in processie door de stad gedragen. Daarna wordt het centraal met bloemenzee in de kerk geplaatst, zodat de gelovigen bij het beeld kunnen bidden (zie afbeelding van vier geknielde boerinnen met rozenkrans in de hand hieronder).
De versierde troon der Zoete Lieve Vrouw in de St. Jans-Basiliek te ’s-Hertogenbosch
 Lichtdruk, 18 x 27,5 cm
H 55 / 411.21 Jan (27)

Brabantsche kleederdrachten
Fotograaf: onbekend
Prentbriefkaart, [1932]

Uitg. N.V. Luxe Papierwarenhandel v.h. Roukes & Erhart, Baarn
Ook nu nog is het beeld onverminderd populair. Van een omgang met een ouder Mariabeeld was voor het eerst sprake in 1367; na 1390 gebeurde dit jaarlijks met het beeld van de Zoete Lieve Vrouw. Zondag 7 mei jl. vond de tocht opnieuw plaats. In het programmaboekje staat alle informatie over de Mariavieringen.
De wonderen rondom het Mariabeeld, dat in 1380 werd gevonden in een bouwloods, zijn opgetekend in een mirakelboek. Dit handschrift wordt nu nog aan de voeten van het beeld bewaard. 
Van 1629 tot 1853 verbleef het beeld wegens het geweld in de slotfase van de Tachtigjarige Oorlog in Brussel, waar de verering werd voortgezet. Al snel na terugkomst van het beeld in 1853 ontwikkelde zich in ’s-Hertogenbosch een intensieve verering. De door burgers in 1837 opgerichte Bossche Mariabroederschap bevorderde die verering. Vanouds was dit naast de armenzorg een taak van de broeders van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Beheer en onderhoud van de kapel en het mirakelbeeld behoorden naast de organisatie van de omgang en bidtochten ook tot hun taken.
Vanaf de terugkeer van het beeld in 's-Hertogenbosch ontstond in de stad een weelderige handel in devotionalia die op de Zoete Lieve Vrouw betrekking hadden. Pas vanaf begin 20e eeuw zijn voor ’s-Hertogenbosch bedevaartvaantjes bekend. Het fraaie exemplaar hieronder toont het gekroonde en in een rode mantel geklede Mariabeeld in een vierkant met scepter en kind met op de achtergrond huizen van daken en de St. Jan. De kostbare mantel van geschoren roodfluweel met goud- en zilverdraad borduursel, het onderkleed van geborduurd zilverbrokaat en het kleed voor het kind kreeg het beeld waarschijnlijk bij de kroning in 1878. Het Mariabeeld is geplaatst op het wapen van ’s-Hertogenbosch met daarnaast liturgische voorwerpen. In de bovenste driehoek staan de wapenschilden van Mgr. A.F. Diepen (links) en van Mgr. W. van de Ven (rechts). In de driehoek naast het beeld is de witte lelie als symbool voor de reinheid van de Maagd Maria weergegeven.
Bedevaartvaantje ‘Ad Jesum per Maria’, ‘ Sub tutela Matris’, ‘ Gedachtenis a.d. Z.L. Vrouw van Den Bosch, ‘Sicut Lilium inter Spinas’
Kleurendruk, 36,7 x 50,5 cm
ML / 131.34.2 Hert (1) (bis)
Als aandenken aan de bedevaart of aan de Mariakapel kon ook een gedachtenisprentje fungeren. Op onderstaand exemplaar met kanten rand zijn de Zoete Lieve Vrouw en kind, geflankeerd door twee engelen, op een wolk voor de kerkramen boven de St. Jan geplaatst. Het prentje is op de achterzijde voorzien van een gebed ter verkrijging van een bijzondere gunst.
Gedachtenisprentje Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch, Bid voor ons met Mariabeeld en St. Jan
Uitg. J.J. Versterren,’s-Hertogenbosch,1892 (tekst: J. Mulder-Herzet, 's Bosch)
Kleurendruk, 10.8 x 7.8 cm         

 ML / 131.33.2 Hert (2)
Meer devotionalia, (foto)boeken, prenten en ansichten over dit onderwerp kunt u bekijken in de mini-expositie ‘Maria in ’s-Hertogenbosch: Devotie en processie’ die te zien is t/m 14 juli 2017 in de vitrine op niveau 0 van de universiteitsbibliotheek.

maandag 8 mei 2017

DVD: In het spoor van de Poolse bevrijders

De documentaire In het spoor van de Poolse bevrijders vertelt het verhaal van de tienduizenden Poolse soldaten die in de Tweede Wereldoorlog in Nederland hebben gestreden. Ze werkten mee aan de bevrijding van grote delen van ons land. De hoop die velen koesterden om ook hun eigen land te bevrijden, ging in rook op. Zo leefde een groot aantal van hen, vaak tot hun dood, in ballingschap in verschillende landen in West-Europa.
Ooggetuigen, deskundigen en kinderen van Poolse oorlogsveteranen vertellen hoe het de Poolse bevrijders voor, tijdens en vooral ook na de oorlog is vergaan. Filmmakers Bob Entrop en Raoul de Zwart filmden hiervoor niet alleen in Nederland, maar ook in Polen en Schotland. Het levensverhaal van de Poolse generaal Stanislaw Maczek loopt als een rode draad door de documentaire. Hij overleed op 102-jarige leeftijd in Edinburgh en ligt tussen zijn manschappen begraven op het Pools militair ereveld Breda.
U kunt de DVD bekijken op de raadpleegpc's in de universiteitsbibliotheek.

Vindplaats: BENG DVD INHE 2015

maandag 24 april 2017

Het groot orgel van de Sint-Janskathedraal: de Nachtwacht van ’s-Hertogenbosch

Afgelopen november verscheen een prachtig boek over het groot orgel van de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. Deze prachtige orgelkast is gemaakt tussen 1616 en 1622. Het is een van de mooiste ter wereld. Het heeft een overvloed aan gedetailleerd houtsnij- en beeldhouwwerk. Aan de hand van de vele foto's worden de nuances van de verfijnde sculptuur uitgelegd. Het boek vertelt de geschiedenis van het grootste pronkstuk van de Sint-Jan en geeft een uitstekende blik in de wereld van de beeldhouwkunst. Het orgel stond eeuwen in het donker en de rijk versierde beelden hingen te hoog om ze goed te kunnen bekijken. Fotograaf Marc Bolsius klom op een hoogwerker om het orgel te fotograferen. Hij maakte zo'n 700 foto's, waarvan er 150 zijn opgenomen in het boek.

Vindplaats: BRA J LEEU 2016

woensdag 12 april 2017

Kaarten van Italiaanse makelij

De Brabant-Collectie heeft onlangs op een veiling een aantal Brabantse kaarten aangekocht, waaronder een die in Italië vervaardigd is. 
"Brabantiae Belgarum Provinciae Recens Exactaque Descriptio"
Hieronymus Olgiatus incidebat 1567 
Venetiis, [z.j.]
52x39,5 cm.
Midden 16e eeuw was Italië het centrum van de kaartproductie en -uitgave. Rome en Venetië waren in dit kader de belangrijkste steden. Uitgevers selecteerden bestaande kaarten uit allerlei landen om deze te kopiëren en op folio formaat uit te geven. Zo werden ook de vier wandkaarten van de Nederlanden – Brabant, Holland, de Noordelijke Provincies en Gelderland - van Jacob van Deventer (ca. 1505-1575) verkleind en uitgegeven door Michaele Tramezini (1539-1574). De kaarten zijn in Rome gegraveerd door een Brabander, Jacobus Bossius (ca. 1549-1577). De Brabant-Collectie beschikt maar liefst over drie staten van deze kaart (o.a. vindplaats: Hertogdom Brabant / 1558 (2)). 
Kaarten werden soms gebundeld als kaartboeken, maar waren dan nog geen atlassen. Ze hadden geen vaste samenstelling. Op bestelling werden kaartboeken gemaakt en vernoemd naar de cartograaf en uitgever Antoine Lafréri (1512-1577), de zogenaamde Lafreri atlassen of IATO (Italian Atlasses assembled To Order). Deze waren niet voorzien van een titelpagina en de kaarten hierin hadden verschillende formaten. Tevens verschenen heruitgaves van de atlas van Claudius Ptolemaeus, de Geographia uit circa 150 na Chr., die een vaste set kaarten bevatten. Geleidelijk werden meer ‘moderne’ kaarten (Carte Nuove) toegevoegd, evenals kaartjes van de Nederlanden die een vertekend beeld van de werkelijkheid gaven.
In de 17e eeuw werkte in Venetië de beroemde geograaf en cartograaf Padre Vincenzo Coronelli (1650-1718). Hij stichtte in Venetië de befaamde Accademia Cosmografica degli Argonauti en was vooral bekend door zijn enorme globes, o.a. voor de Hertog van Parma en Lodewijk XIV. Tussen 1690 en 1701 publiceerde hij de Atlante Veneto, een wereldatlas die een verbetering zou moeten zijn van de Atlas Maior van Ioan Blaeu (1598/99-1673). Een andere Italiaan, Lodovico Guicciardini (1521-1589), leefde en werkte in Antwerpen. Hij heeft de eerste beschrijving van alle Nederlandse provincies uitgegeven: Descrittione di tutti i Paesi Bassi (1567). Deze is daarna vele malen heruitgegeven in diverse talen. De Brabant-Collectie heeft enkele uitgaves van dit boek (o.a. vindplaats: TRE 019 C 15).
Kaarten van Italiaanse makelij zijn momenteel te zien in onze mini-expositie.

maandag 10 april 2017

Tijdschrift: D'n Effer

D'n Effer is het tijdschrift van Heemkundekring 't Hof van Liessent uit de gemeente Laarbeek. Deze gemeente omvat de kerkdorpen Lieshout en Mariahout. De heemkundekring, opgericht in 1982, heeft als doel het bevorderen van de interesse in en de kennis over de eigen regio, de bevolking en de gebruiken daarvan en de waardevolle overblijfselen uit vroegere tijden. Om dit te bereiken onderzoekt en bestudeert men de cultuurhistorische aspecten van het werkgebied. Ook het veiligstellen van heemkundig belangrijke terreinen, roerende en onroerende goederen, zaken, voorwerpen en oudheidkundige gegevens in en van het werkgebied staan op de agenda.
Het eerste nummer van het tijdschrift verscheen in november 1987. Tot 2017 verscheen het zes keer per jaar. Vanaf jaargang 30 is het uiterlijk van het tijdschrift drastisch gewijzigd en verschijnt het nog vier keer per jaar in de maanden september t/m maart.
De naam van het blad is ontleend aan het Lieshoutse woord effer, een gereedschap dat vroeger in de klompenmakerij gebruikt werd om hout uit te boren en dat ook wel voorloper werd genoemd.
In het tijdschrift staan o.a. interviews met interessante personen uit het heemgebied (In gesprek met...) en artikelen over geschiedkundige en cultuurhistorische aspecten van Laarbeek en Brabant in het algemeen. Ook nieuwsberichten en activiteiten van de kring zijn hierin opgenomen.
Het tijdschrift is vanaf jaargang 1, nr. 1 (1987) aanwezig en raadpleegbaar in de universiteitsbibliotheek op niveau 0. De artikelen uit het tijdschrift zijn opgenomen in de Brabant Databank.

Vindplaats: T 08312